Jezus sprak met Zijn discipelen en volgelingen veelvuldig door middel van gelijkenissen, over de toegang tot het komende Koninkrijk. De discipelen vroegen zich af waarom Hij dat deed, zie Mattheüs 13: 10 En de discipelen tot Hem komende, zeiden tot Hem: Waarom spreekt Gij tot hen door gelijkenissen? 11) En Hij antwoordende zeide tot hen: Omdat het u gegeven is de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te weten, maar dien is het niet gegeven.

 

Je denkt misschien, wie zijn dat dan: "maar dien is het niet gegeven", ook daar geeft Jezus ons in dit hoofdstuk antwoord op, zie vers 15) Want het hart dezes volk is dik geworden, en zij hebben met de oren zwaarlijk gehoord, en hun ogen hebben zij toegedaan; opdat zij niet te eniger tijd met de ogen zouden zien, en met de oren horen, en met het hart verstaan, en zich bekeren, en Ik hen geneze.

 

Het is dus een bewuste keuze van; "maar dien is het niet gegeven", want door zich af te wenden van de waarheid" hebben zij hun ogen toegedaan; opdat zij niet te eniger tijd zouden zien". 

 

Hoe je deze houding bij jezelf kunt herkennen?  Ben je begerig naar de waarheid, en toets je, wat mensen verkondigen of schrijven, aan Zijn woord, omdat je alleen wilt leven zoals jou Schepper dat van je vraagt? De gelijkenis van de tien maagden, waarvan er vijf wijs, en vijf dwaas zijn, is het beeld van hen die bekend zijn met de woorden van onze Schepper, zeg maar "de kerk" Alle tien, wachtend op de bruidegom!

 

Toch waren er vijf bij die niet die liefde tot God hadden, zoals de Vader dat van ons vraagt, zie hoe het staat opgeschreven in openbaring 2:4 Maar ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde hebt verlaten. 5) Gedenk dan waarvan gij uitgevallen zijt, en bekeer u, en doe de eerste werken; en zo niet, Ik zal u haastiglijk bijkomen, en zal uw kandelaar van zijn plaats weren, indien gij u niet bekeert. Het beeld van "de eerste liefde" behoeft geen uitleg toch? Het is dit verlangen naar de waarheid die in ons aanwezig moet zijn, willen we uit "liefde" leven overeenkomstig Zijn geboden en inzettingen, zie wat Mattheüs 7: 21 zegt: Niet een iegelijk die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet den wil Mijns Vaders, Die in de hemelen is.

 

Inderdaad, uit liefde leven overeenkomstig Gods wil, uitziend naar de komst van Zijn Zoon.