Je zegt misschien; het gaat toch om het leven? Dat klopt, daar begint het mee, hoe te leven tot eer van onze Schepper. Hoe vaak moeten we echter niet erkennen, dat, als het er op aankomt, we hierin, in gebreke blijven, en te leven voor ons eigen genot en eer? De bijbel laat er geen misverstand over bestaan, hoe we ons leven dienen te leven, wil het eenmaal vrede zijn.
En eigenlijk is het leven heel "eenvoudig", het begint met wat er staat in Leviticus 19: 2 Spreek tot de ganse vergadering Israëls, Gij zult heilig zijn, want Ik, de Heere, uw God, ben heilig.
Petrus bevestigd dit in het nieuwe testament, zie Petrus 1: 16 Daarom dat er geschreven is: zijt heilig, want Ik ben heilig. Ook Johannes wijst ons op dat heilig leven in 1 Johannes 2: 5 - 6 Maar zo wie Zijn Woord bewaart, in dien is waarlijk de liefde Gods volmaakt geworden; hieraan kennen wij dat wij in Hem zijn. 6) Die zegt dat hij in Hem blijft, die moet ook zelf alzo wandelen gelijk Hij gewandeld heeft.
Je denkt misschien, hoezo heilig leven, dat lukt een mens toch niet? Daar heb je gelijk in, echter hebben we een vergevend God, en Jezus, onze Hogepriester, die voor ons pleit. Waar we ons op hebben te richten is uit liefde te leven, zoals God dat in Zijn geboden en inzettingen heeft laten opschrijven. Dat is de weg voor iedereen die wil horen bij het burgerschap Israëls.
Deel uitmaken van dat burgerschap is dus geen vanzelfsprekende zaak; Jezus sprak hierover de volgende woorden in Lukas 13: 24 Strijd om in te gaan door de enge poort; want velen (zeg Ik u) zullen zoeken in te gaan, en zullen niet kunnen.
Ook Paulus wijst ons op die strijd én de gevaren; Efeze 6: 12 Want we hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden en machten, tegen de geweldhebbers der wereld der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht.
Wanneer dan je einde nadert, en de goede strijd gestreden, dan mag je, net zoals Paulus getuigen, zie 2 Timotheüs 4: 6 - 8 Want ik word nu tot een drankoffer geofferd, en de tijd mijner ontbinding is aanstaande. 7) Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb den loop geëindigd, ik heb het geloof behouden; 8) Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke mij de Heere, de rechtvaardige Rechter, in die dag geven zal; en niet alleen mij, maar ook allen die Zijn verschijning liefgehad hebben.
Paulus laat ons nog iets belangrijks weten, namelijk dat die dag van kroning nog in de toekomst ligt, namelijk bij de wederkomst van Jezus, Tot die tijd geldt voor elk mens, wat ook voor Mozes en Aäron gold, en we lezen in Numeri 27: 12 - 13 Daarna zeide de HEERE tot Mozes: klim op deze berg Abarím, en zie dat land hetwelk Ik de kinderen Israëls gegeven heb. 13) Wanneer gij dat gezien zult hebben, dan zult gij tot uw volken verzameld worden, gij ook, gelijk als uw broeder Aäron verzameld geworden is; Wachtend op de jongste dag!
Wat een dag zal dát zijn, samen met alle gelovigen Hem tegemoet gaan, zie 1Thessalonicenzen 4: 16 - 17 Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels en met de bazuin Gods neerdalen van den Hemel; en die in Christus gestorven zijn , zullen eerst opstaan 17) Daarna wij die levend overgebleven zijn, zullen tezamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen. Nee, dat is niet "in de hemel" zoals vaak wordt geroepen, maar op weg naar Zijn Koninkrijk, en het Nieuwe Jeruzalem.
