Het is onze Schepper die in het begin van de bijbel  aan de mens verteld waar hun voedsel uit dient te bestaan, zie Genesis 1: 29 En God zeide: Zie, Ik heb ulieden al het zaadzaaiende kruid gegeven dat op de ganse aarde is, en alle geboomte in hetwelk zaadzaaiende boomvrucht is; het zij u tot spijze.

 

In de bijbel vinden we naast de zorg, waarin we onze Schepper hebben te gehoorzamen, uitleg over de voedselwetten, bedoeld om onze gezondheid te bevorderen en rein te leven.

In Genesis 7  lezen we de instructies aan Noach over rein en onrein vee, hoeveel hij ervan in de ark moet nemen. En in Genesis 8:20 lezen we dat alleen reine dieren en gevogelte voor het brengen van een (brand)offer mogen worden gebruikt.

 

We weten nu dat we het zaadzaaiende kruid en zaadzaaiende boomvruchten dienen te eten. ( even tussendoor: wat is er al geprutst met Gods schepping om producten te kweken die géén zaadjes meer voortbrengen, zou dat onze gezondheid ook kunnen schaden?)

Verder is er dus het onderscheid tussen reine- en onreine dieren, gevogelte, vissen en overige soorten. Hierover lezen we in Leviticus 11: 1 En de Heere sprak tot Mozes en tot Aäron, zeggende tot hen: 2) Spreekt tot de kinderen Israëls, zeggende: Dit is het gedierte dat gij eten zult uit alle beesten die op de aarde zijn. (Lees voor de verdere details, de  Verzen 3 t/m 47).

 

Naast dat God ons zijn voedselwetten heeft gegeven, toont Hij in Zijn Woord ook de voordelen van de voorgeschreven leefregels. We vinden hierover de beschrijving in Daniël 1: Het is de tijd dat het volk Israël in ballingschap verkeert, en Nebukadnézar  aan Aspenaz, overste van de kamerlingen, de opdracht gaf om “enige uit de kinderen Israëls, te weten uit het koninklijk zaad en uit de prinsen zou voorbrengen”. Onder hen waren Daniël, Hanánja, en Mísaël Mesach, en Azárja Abed-nego.

 

Nebukadnézar gaf opdracht deze jongemannen hetzelfde eten te geven als wat hijzelf at. We lezen vers 8: Daniël nu nam voor in zijn hart dat hij zich niet zou ontreinigen met de stukken van de spijze des konings, noch met den wijn zijns dranks; daarom verzocht hij van den overste der kamerlingen dat hij zich niet mocht ontreinigen. 9 En God gaf Daniël genade en barmhartigheid voor het aangezicht van den overste der kamerlingen.

 

De overste van de kamerlingen wilde niet afwijken van de opdracht van Nebukadnézar, maar Daniël stelde een proeftijd van tien dagen voor.  vers 14: Toen hoorde hij hen in deze zaak, en hij beproefde hen tien dagen. 15) Ten einde nu der tien dagen zag men dat hun gedaanten schoner waren en zij vetter waren van vlees dan al de jongelingen die de stukken van de spijze des konings aten 16) Toen geschiedde het dat Melzar de stukken hunner spijze wegnam, mitsgaders den wijn huns dranks, en hij gaf hun van het gezaaide.

 

Bij Zijn geboden en inzettingen hoort ook een waarschuwing, en eerlijk is eerlijk, de bijbel staat vol met waarschuwingen. In de Thora lezen we de geboden en inzettingen die onze hemelse Vader heeft  laten opschrijven. We lezen één van de waarschuwingen;  Exodus 15: 26 En zeide: Is het dat gij met ernst naar de stem des HEEREN uws Gods horen zult, en doen wat recht is in Zijn ogen, en uw oren neigt tot Zijn geboden en houdt al Zijn inzettingen, zo zal Ik geen van de krankheden op u leggen, die Ik op Egypteland gelegd heb; want Ik ben de HEERE, uw Heelmeester.

 

Inderdaad, we hebben een liefdevolle Vader die ons Zijn geboden en inzettingen heeft gegeven. Ten laatste heeft Hij Zijn Zoon gezonden om de breuk met de mensen te herstellen. Willen we Jezus in geloof aanvaarden dan kan het niet anders of we leven overeenkomstig de geboden en inzettingen die onze Schepper ons heeft gegeven.