Wat heeft “de eerste opstanding” met de tweede komst van Jezus te maken, als je gelooft, en sterft, ga je toch naar de hemel? Inderdaad, tegenwoordig hoor of lees je vaak, wanneer iemand is overleden, dat hij of zij naar de hemel is gegaan. En het kan zo zijn dat iemands levenswandel een voorbeeld voor anderen is geweest, echter geeft de uitspraak “naar de hemel gegaan” een valse voorstelling van de werkelijkheid, en gaat voorbij aan wat het woord van onze Schepper zegt.

 

Laten we zien wat de bijbel ons daarover leert: In Numeri 20:24 lezen we: Aäron zal tot zijn volken verzameld worden; want hij zal niet komen in het land hetwelk Ik den kinderen Israëls gegeven heb, omdat gijlieden Mijn mond wederspannig geweest zijt bij de wateren van Meríba. En in Deuteronomium 31 lezen we hoe onze hemelse Vader Mozes voorbereid op zijn sterven: vers 16). En de HEERE zeide tot Mozes: Zie, gij zult slapen met uw vaderen; en dit volk zal opstaan en nahoereren de goden der vreemden van dat land waar het naartoe gaat in het midden daarvan; en het zal Mij verlaten en vernietigen Mijn verbond, dat Ik met hetzelve gemaakt heb. Ook Daniël krijgt de boodschap over het verloop ná zijn sterven: Daniël 12:13  Maar gij, ga heen tot het einde, want gij zult rustenen en zult opstaan in uw lot, in het “einde der dagen”.

 

We worden verwezen naar het “einde der dagen”, anders gezegd; naar de tweede komst van Jezus. We leven in de tijd die er aan vooraf gaat. Laten we dan de woorden van Paulus ter harte nemen, zie 1 Timotheüs 4: 7 Maar verwerp de ongoddelijke en oudwijfsefabelen; en oefen uzelven tot godzaligheid.

 

Jezus waarschuwt ons ook voor de tijd en de gevaren waarin we leven, we lezen Mattheüs 24: 3) En als Hij op den Olijfberg gezeten was, gingen de discipelen tot Hem alleen, zeggende: Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn? En welk zal het teken zijn van Uw toekomst en van de voleinding der wereld? 4) En Jezus antwoordende zeide tot hen: Ziet toe dat niemand u verleide. 5) Want velen zullen komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus; en zij zullen velen verleiden.

 

Je laten verleiden is meegaan in een ongeoorloofde wijze van uitleg, van Zijn Woord, dan  wel; “er je eigen invulling aan geven”, bijvoorbeeld, “ ik vindt dat ik de 1e dag van de week ook als rustdag kan houden”, of als ik sterf dan “ga ik naar de hemel”. Voor beide voorbeelden vindt je geen onderbouwing in Zijn Woord.

 

Zijn tweede komst is dan ook het startpunt is van “de eerste opstanding”. Jezus verteld ons in Mattheüs 25 Wat er dan gaat plaatsvinden: vers 32) En vóór Hem zullen al de volken vergaderd worden, en Hij zal hen van elkander scheiden, gelijk de herder de schapen van de bokken scheidt. 33) En Hij zal de schapen tot Zijn rechterhand zetten, maar de bokken tot Zijn linkerhand. 34) Alsdan zal de Koning zeggen tot degenen die tot Zijn rechterhand zijn: Komt, gij gezegenden Mijns Vaders, beërft dat Koninkrijk hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld.

 

In Openbaring 20: 5 lezen we het vervolg op de uitspraak van Jezus in Mattheüs 25: 34 Maar de overigen der doden werden niet weder levend, totdat de duizend jaren geëindigd waren. Deze is de eerste opstanding, vers 6) gaat verder met: Zalig en  heilig is hij die deel heeft in de eerste opstanding; over dezen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen heersen duizend jaren. Aan het einde van deze duizend jaren zal het laatste oordeel plaatsvinden, zie Openbaring 20: 7 - 15

 

Je denkt misschien: Wie heersen er dan met Jezus, over wie, de duizend jaren? Dat zijn zij die deel uitmaken van de “eerste opstanding” ( lees ook 1 Thessalonicenzen 4: 13 - 18) Het is Jezus die regeert met hen die worden genoemd in Openbaring 20: 6. Over de volkeren zoals genoemd in Mattheüs 25: 34.

 

En Zacharia 14 geeft ons alvast  een inkijk bij het 1000 jarig vrederijk. We lezen vers 16) En het zal geschieden dat al de overgeblevenen van alle heidenen die tegen Jeruzalem zullen gekomen zijn, die zullen van jaar tot jaar optrekken om aan te bidden den Koning, den HEERE der heirscharen, en om te vieren het feest der loofhutten.

 

Waakt dan, want gij weet niet in welke ure uw HEERE komen zal.