Goed voorbereid zijn klinkt voor ons gelovigen, als een open deur intrappen. We gaan immers trouw naar de kerk, en geven onze tienden. Wanneer we de bijbel er op naslaan, dan blijkt het toch niet zo vanzelfsprekend te zijn, dat je als "gelovige" het Koninkrijk binnen zult gaan. Kijk maar wat we in Mattheus 25: 1 - 13 lezen.

 

Mattheus 25: 1ALSDAN zal het Koninkrijk der hemelen zijn gelijk tien maagden welke haar lampen namen en gingen uit, den bruidegom tegemoet.

 

De gelijkenis van de tien maagden , wachtend op de bruidegom verteld Jezus aansluitend op zijn uitleg over de tekenen der tijden van Zijn wederkomst, Hij spoort aan tot waakzaamheid. Het wachten duurt inderdaad lang, en uiteindelijk vallen alle tien maagden in slaap.

 

Komt het ons niet bekend voor? Wanneer we niet oppassen vertroebelen de beslommeringen van elke dag ons wachtend op Zijn wederkomst, en begint ons geloofsleven ongemerkt een routinematig iets te worden, zonder inhoud!

 

Kijken we naar wat de tien maagden heeft bewogen om op de bruidegom te wachten, dan blijkt dat alle tien hetzelfde verlangen hebben, namelijk; ingaan in de feestzaal van de bruidegom.

 

Maar dan, plotseling is het zover; 6) En te middernacht geschiedde er een geroep: Zie, de bruidegom komt, gaat uit, hem tegemoet. In vers 7 - 9 lezen we: Toen stonden al die maagden op en bereidden haar lampen. En de dwazen zeiden tot de wijzen: Geeft ons van uw olie, want onze lampen gaan uit. Doch de wijzen antwoordden, zeggende: Geensinds, opdat er misschien voor ons en voor u niet genoeg zij; maar gaat liever tot de verkopers e koopt voor uzelven.

 

De reactie van de wijze maagden is begrijpelijk, immers is Hij in aantocht, maar het kan nog we even duren voordat ze in de bruiloftszaal zullen aankomen! Wanneer echter de vijf dwaze maagden terug komen, vinden ze de deur gesloten!

 

Op hun geroep; "Heere, Heere, doe ons open" klinkt als antwoord: "Ik ken u niet!" Jezus sluit af met: 13) Zo waakt dan; want gij weet den dag niet, nog de ure, in dewelke de Zoon des mense komen zal.

 

Het accent in deze gelijkenis ligt op, "voldoende olie te hebben", en op  "waken". Het wachten op zijn komst vraagt inderdaad geduld, maar zoals eerder benoemd, wordt door de zorgen van elke dag, ongemerkt de waakzaamheid aangetast, waardoor we het risico lopen, onvoldoende voorbereid te zullen zijn, zodra de Bruidegom komt!

 

Wanneer we Gods woord er op naslaan dan lezen we in Openbaring 2 over de waarschuwing aan de gemeente van Efeze. We lezen dat deze gemeente zich heeft ingespannen om in Zijn wegen te wandelen, en toch klinkt daar de waarschuwing; "Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde hebt verlaten. Gedenk dan waarvan gij uitgevallen zijt, en bekeer u, en doe de eerste werken; en zo niet, Ik zal haastiglijk bij u komen, en zal uw kandelaar van uw plaats weren, indien gij u niet bekeert.

 

"De eerste liefde verlaten" komt ons dat moment in ons leven niet bekend voor? Het is dat verlangen wat God van ons vraagt, niet meer, en niet minder!