Het is een indringende vraag, of we Zijn liefde beantwoorden zoals God dat van ons vraagt, vindt je niet? Toch zijn we met dat doel geschapen!
Bij het lezen van het boek Jeremia kom je er al snel achter dat, Zijn liefde te beantwoorden zoals dat van ons wordt gevraagd, ook bij het volk Israël geen vanzelfsprekende zaak was! Wanneer het volk weer is afgedwaald, brengt God de tijd van de woestijn in herinnering, we lezen dan in Jeremia hoofdstuk 2: 2 Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de Heere: Ik gedenk der hoedanigheid uwer jeugd, der liefde uwer ondertrouw, toen gij Mij nawandeldet in de woestijn, in onbezaaid land.
Je zegt, was dat dan zo'n geweldige tijd? Veertig jaar door de woestijn zwerven? Blijkbaar wel, want God zegt in vers 3) "Israël was den Heere een heiligheid, de eerstelingen Zijner inkomst," (einde citaat) Hier spreekt God dus over Zijn "eerstelingen" Dat waren zij die, ondanks de omstandigheden, uit dankbaarheid leefden naar Zijn geboden en inzettingen.
Hoe confronterend is de vraagstelling van onze Schepper in vers 5) Zo zegt de Heere: Wat voor onrecht hebben uw vaders aan Mij gevonden, dat zij verre van Mij geweken zijn: en hebben de ijdelheid nagewandeld en zijn zij ijdel geworden? Valt het jou ook op dat God bij Zichzelf begint door Zijn houding tegenover "hun vaders" aan hen voor te leggen? Die vraag moet ons tot nadenken stemmen; wat is er in onze tijd nog overgebleven van de wijze waarop de eerste christengemeenten in Zijn wegen wandelden?
Je denkt misschien, "waar heb je het over!" Jezus heeft toch de wet vervuld? Laat dan de volgende tekst op je inwerken, en merk op hoe door de eeuwen heen, de mens "de uitleg naar zijn wil heeft aangepast" maar zie ook wat Zijn woord daarover zegt; We lezen Romeinen 8: 7 Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet. Deze uitspraak van Paulus maakt scheiding tussen hoe we als mensen, Zijn woorden naar "onze eigen intepretatie" hebben vertaal, wat vijandschap tegen God is, doordat het haaks staat op wat God van ons vraagt, moeilijker is het niet.
Nee, Paulus staat daar niet alleen in, zie wat Jezus zegt in Mattheüs 7: 21 Niet een iegelijk die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet de wil Mijns Vaders, Die in de hemelen is.
Inderdaad, het is aan een ieder van ons, Zijn woorden na te spreken, en daarnaar te leven.
