Om het antwoord op die vraag te vinden, gaan we op zoek in Zijn woord. Onze hemelse Vader laat ons immers niet in het ongewisse over Zijn plannen voor de toekomst, waaronder de bruiloft die aanstaande is.
Jezus licht, in het gesprek met discipelen van Johannes de Doper, een tipje van de sluier op, door aan te geven welke rol de gelovigen bij de bruiloft hebben. Jezus laat in Mattheüs 9: 15 het volgende optekenen: En Jezus zeide tot hen: Kunnen ook de bruiloftskinderen treuren, zolang de Bruidegom bij hen is? Maar de dagen zullen komen wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en dan zullen zij vasten.
HIer is geen speld tussen te krijgen: Jezus is de Bruidegom, en Zijn discipelen en volgelingen zijn de bruiloftskinderen.
Wanneer we verder zoeken in Zijn woord, lezen we dat Jezus Zijn discipelen, en ook ons, de volgende aanwijzing geeft, namelijk; hoe Hij verlangt naar de dag waarop Hij met Zijn discipelen en volgelingen weer samen zal zijn, we lezen Lukas 22: 18 Want Ik zeg u, dat Ik niet drinken zal van de vrucht des wijnstoks, totdat het Koninkrijk zal gekomen zijn.
Nu we weten dat de bruiloft in het Koninkrijk zal plaatsvinden. rest de vraag: Wie is de Bruid? Naast dat profeten hebben geprofeteerd over de tweede komst van Jezus, lezen we in openbaring 21 dat één van de zeven engelen die de laatste zeven plagen hebben uitgestort, bij Johannes kwam, om te vertellen wié de bruid is; zie vers 9) En tot mij kwam één van de zeven engelen, die de zeven fiolen hadden, welke waren vol geweest van de zeven laatste plagen, en sprak met mij, zeggende: Kom herwaarts, ik zal u tonen de bruid, de vrouw des Lams. Openbaring 21: 10 En hij voerde mij weg in den geest op een groten en hogen berg, en hij toonde mij de grote stad, het heilige Jeruzalem, nederdalende uit den hemel, van God.
Misschien denk je; maar dat kan toch niet, een stad die neerdaalt uit de hemel! En dan ook nog de tekst in Openbaring 22: 17 En de Geest en de bruid zeggen: Kom, En die het hoort, zegge: Kom. En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet.
Realiseer je dan dat God deze stad heeft gebouwd, inderdaad een hele bijzondere stad, neem alleen al de vorm en de afmetingen; Een kubus met zijden van ongeveer 2304 Km. Het is de Stad die ons samen met de Geest uitnodigt om het water te drinken waarna je nooit meer dorst krijgt.
In Johannes 4 lezen we hoe Jezus ons, in het gesprek met de Samaritaanse vrouw, al heeft gewezen op dit levende water, zie vers 14) Maar zo wie gedronken zal hebben van het water dat Ik hem geven zal. dien zal in eeuwigheid niet dorsten; maar het water dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven.
Het is naar die stad waar we met Abraham, en allen die Zijn Koninkrijk verwachten, naar uitzien, zie Hebreeën 11: 9 Door het geloof is hij een inwoner geweest in het land der belofte als in een vreemd land, en heeft in tabernakelen gewoond met Izak en Jakob, die mede-erfgenamen waren van dezelfde belofte. 10) Want hij verwachtte de stad die fundamenten heeft, welker Kunstenaar en Bouwmeester God is. 16) Maar nu zijn zij begerig naar een beter, dat is neer het hemelse, Daarom schaamt Zich God hunner niet, om hun God genaamd te worden; Want Hij had hun een stad bereid.
Het mag duidelijk zijn dat de uitnodiging uit gaat naar hen die "dorsten naar de gerechtigheid" met andere woorden; naar de bruiloftskinderen, zij die het burgerschap Israëls heben aangenomen.
12.000 stadiën = ongeveer 2304 Km.
